Martine Muller
Ik ben geboren en opgegroeid in de Arteveldestad. Na mijn studie verruilde ik Gent voor Utrecht, waar ik jarenlang woonde en werkte en nog steeds graag vertoef. Noem mij gerust een Nederbelg. Sinds 2012 woon ik weer in mijn geboortestad. Ik werk in de gezondheidszorg (UZGent). Naast mijn job als coördinator complexe zorg, ben ik ook zorgcoördinator voor het Genderteam. Lezen en schrijven zijn voor mij een vlucht uit de alledaagse realiteit. Ik heb een enorme fascinatie voor de 19de eeuw, het interbellum, de jaren 60 en het leven van vrouwen in die periodes. Ik trek graag het gordijn open van die tijden om de personages in mijn verhalen tot leven te wekken. Tien jaar schreef ik kortverhalen bij het Gents Schrijverscollectief, die allen werden gepubliceerd in diverse bundels. In samenwerking met het MSK Gent, schreef ik voor ‘Inkt op doek’ het kortverhaal ‘De absintdrinkster’. ‘Mooie dag’ verscheen in ‘Reveil 21, dag van de vergeten verhalen’.
Project:
Gent, 1913. Aline, dochter uit een Gents bourgeois gezin, gaat tegen de stroom van de tijd in. Ze is verpleegster en komt zo in contact met een arbeidersgezin. Het leven van die mensen opent haar de ogen voor de sociale ongelijkheid. Ze komt in conflict met zichzelf en haar milieu over de heersende ideeën van vrouw-zijn, gender en de standenmaatschappij. Een zomervakantie in Londen brengt haar in contact met de suffragettes. Terug in Gent start ze haar studie Geneeskunde en ontpopt zich tot een activiste voor vrouwenrechten. Het is een fictieve ‘feministische’ historische roman voor iedere lezer (m/v/x) die weet heeft van de geschiedenis en voor alle onwetenden die niet langer onwetend willen blijven.
Ik , Aline, spiegel mijn rebelse ziel aan de vrouwen die de geschiedenis liever negeert of verguist.
Ik ben Lilith, de eerste die weigerde te knielen. In de kille operatiezalen van het Bijlokehospitaal zie ik hoe mannen over vrouwenlichamen beschikken alsof het louter anatomische atlassen zijn. Net als zij kies ik voor de ballingschap uit het paradijs van een ‘goed huwelijk’ om mijn eigen weg te gaan in de wetenschap, zelfs als men mij daarom als een vervloekte vrouw (demon) bestempelt.
Niet alleen een Lilith, ook een Ruth schuilt in mij. Ik ben trouw aan mijn zusters in de arbeidersbuurten van Gent, de vrouwen die in de textielfabrieken hun longen uit hun lijf hoesten. Waar zij gaan, daar ga ik. Hun lot is het mijne. Mijn activisme is een loyale overtuiging dat we samen een nieuw land van rechtvaardigheid moeten oogsten. Nee, het is geen bevlieging.
Soms voel ik de blikken van de heren professoren aan de universiteit: voor hen ben ik Medusa. Mijn ambitie om geneeskunde te studeren versteent hen. Ze zijn doodsbang voor een vrouw die terugkijkt, die niet wegkijkt bij het zien van bloed of onrecht en wiens intellect hun fragiele orde dreigt te verlammen. Laat hen maar verstijven. Mijn waarheid is een spiegel die zij niet in de hand durven te nemen.
En zij die mij enkel zien als ‘de dochter van’, een sieraad in de Gentse salons, verwarren mij met Helena van Troje. Ze denken dat mijn gezicht een oorlog waard is. Nee, ik voer zelf de oorlog. Ik ben niet de prijs waarvoor gevochten wordt. Ik ben de kracht di de muren van hun patriarchale Troje zal doen wankelen met de scalpel en het stemrecht.
Fragment